Subsidie · MIT haalbaarheid

MIT haalbaarheid 2027: subsidie om je innovatie te onderzoeken

Met MIT haalbaarheid krijgt een mkb-bedrijf tot € 20.000 subsidie om te onderzoeken of een innovatief product, proces of dienst haalbaar is. Je onderzoekt technisch en economisch of het idee kans heeft voordat je het echt gaat ontwikkelen. Je vraagt MIT haalbaarheid aan bij je provincie of bij de regionale uitvoerder, niet bij de RVO. Het maximum is in elke regio gelijk, maar het budget en de manier van verdelen verschillen per provincie. De openstelling van MIT haalbaarheid voor 2027 is nog niet bekend.

Door Lucas Karregat, gecontroleerd door Wesley Zwarthoed 15 minuten lezen

In het kort

  • Een mkb-bedrijf vraagt MIT haalbaarheid aan bij de provincie of bij de regionale uitvoerder, zoals SNN in Groningen, Fryslân en Drenthe en Stimulus in Noord-Brabant, Limburg en Zeeland; de RVO voert MIT haalbaarheid sinds 2025 niet meer uit.
  • MIT haalbaarheid vergoedt 35% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 20.000; in Gelderland en Overijssel krijgt een mkb-bedrijf in plaats daarvan een vast bedrag van € 20.000.
  • Een project voor MIT haalbaarheid bestaat in vijf van de acht regio’s voor minstens 60% uit een haalbaarheidsstudie en past in een van de acht kennis- en innovatieagenda’s; in de meeste regio’s doet een mkb-bedrijf hooguit één aanvraag per jaar.
  • In 2026 was het budget voor MIT haalbaarheid in zes van de acht regio’s al op de openingsdag overtekend, waarna een loting de volgorde van de aanvragen van mkb-bedrijven bepaalde.
  • Wanneer een mkb-bedrijf MIT haalbaarheid in 2027 kan aanvragen en hoeveel budget er per regio is, is nog nergens bekend; in 2026 liep de aanvraagperiode van 7 april tot en met 15 september, in Flevoland vanaf 8 april; Overijssel en Stimulus sloten eerder omdat het budget op was.

Wat is MIT haalbaarheid?

MIT haalbaarheid is een subsidie voor een mkb-bedrijf dat wil weten of een innovatief idee haalbaar is, voordat het aan de ontwikkeling begint. MIT staat voor mkb-innovatiestimulering topsectoren. Officieel heet het een MIT Haalbaarheidsproject. Tot en met 2024 kon je MIT haalbaarheid ook landelijk aanvragen bij de RVO. Sinds 2025 kan dat alleen nog regionaal: SNN en Stimulus werken elk voor drie provincies, de andere zes provincies hebben een eigen regeling en budget. Het Rijk betaalt mee aan die budgetten. Het project is bedoeld als voorbereiding op een vervolgtraject van onderzoek en ontwikkeling.

Wat is een MIT-haalbaarheids­studie?

Een haalbaarheidsstudie is onderzoek naar de vraag of een innovatief idee haalbaar is, zodat je kunt besluiten of je het gaat ontwikkelen. Volgens SNN breng je daarin de sterke en zwakke punten en de kansen en risico’s van het idee in kaart. Je doet bijvoorbeeld literatuur- en octrooionderzoek, een marktverkenning of je maakt technische modellen. Een volledig prototype hoort er niet bij. SNN schrijft daarover: "Het is niet de bedoeling dat je een prototype van het uiteindelijk beoogde product, proces of dienst maakt". Prototypes van onderdelen mogen volgens SNN wel.

In Zuid-Nederland, Zuid-Holland, Utrecht, Flevoland en Overijssel is minstens 60% van je project haalbaarheidsstudie. De rest mag industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling zijn. Noord-Nederland, Noord-Holland en Gelderland noemen geen minimum. Industrieel onderzoek is onderzoek naar nieuwe kennis voor een product of proces. Experimentele ontwikkeling is het ontwikkelen en testen zelf.

Het verschil met MIT R&D-samenwerking

MIT R&D-samenwerking is de andere variant van MIT: daarmee ontwikkelen meerdere mkb-bedrijven samen een nieuw product, proces of dienst. Het percentage is ook 35%, maar het maximum ligt veel hoger: € 350.000 per project. In 2026 liep de aanvraagperiode bij de RVO en de regio’s van 9 juni tot en met 15 september. Een haalbaarheidsproject kan de voorbereiding zijn. In Zuid-Nederland mag je na een haalbaarheidsproject voor hetzelfde project R&D-samenwerking aanvragen. Hoe die variant werkt, lees je op de pagina over MIT R&D-samenwerking.

Voor wie is MIT haalbaarheid?

MIT haalbaarheid is er voor een mkb-bedrijf uit elke sector. De regio’s stellen drie eisen:

Mkb
minder dan 250 werkzame personen
Vestiging
in de regio waar je aanvraagt
KIA
je project past in een kennis- en innovatieagenda

Mkb. Een mkb-bedrijf heeft minder dan 250 werkzame personen, gerekend in fte. Eigenaren die meewerken tellen mee. De omzet is hooguit € 50 miljoen of het balanstotaal hooguit € 43 miljoen. Hoort je bedrijf bij een groep, dan tellen de andere bedrijven in de groep mee. In de meeste regio’s geldt de groep dan ook als één aanvrager.

Vestiging in de regio. Je vraagt aan in de regio waar je bedrijf een vestiging heeft. De regio’s letten ook op waar het werk gebeurt of wie er baat bij heeft. Noord-Holland eist dat het merendeel van je bedrijfsactiviteiten in de provincie plaatsvindt. Overijssel eist dat je het project uitvoert bij een vestiging in Overijssel. Zuid-Holland weigert een aanvraag als de activiteiten hoofdzakelijk buiten Zuid-Holland liggen. Zuid-Nederland, Noord-Nederland, Flevoland en Gelderland eisen dat het project hun regio ten goede komt.

Past in een KIA. Je project sluit aan bij een van de acht kennis- en innovatieagenda’s. Welke projecten passen, lees je hieronder.

In de meeste regio’s doet je bedrijf hooguit één aanvraag per kalenderjaar.

Uitzonderingen

Kreeg je bedrijf voor dezelfde activiteiten al subsidie van een overheid, dan wijst de regio je aanvraag af. In Noord-Brabant, Limburg en Zeeland is dat geen reden om af te wijzen. Daar gaat die andere subsidie voor dezelfde kosten van je MIT-bedrag af.

Een onderneming in moeilijkheden volgens de Europese regels komt niet in aanmerking. In Noord-Nederland is dat geen vaste weigeringsgrond. SNN kan wel weigeren als het voortbestaan van je onderneming twijfelachtig is.

Projecten die wel en niet passen

Je project past bij MIT haalbaarheid als het aansluit bij een of meer van de acht kennis- en innovatieagenda’s (KIA’s). Dat zijn de landelijke thema’s waarop de overheid innovatie wil stimuleren:

  1. Klimaat en Energie
  2. Circulaire Economie
  3. Landbouw, Water en Voedsel
  4. Gezondheid en Zorg
  5. Veiligheid
  6. Sleuteltechnologieën
  7. Digitalisering
  8. Maatschappelijk Verdienvermogen

KIA 1 tot en met 5 zijn de missies: de maatschappelijke uitdagingen waar het om draait. Een project dat alleen digitale technologie toepast, zoals AI of een dataplatform, past alleen als het een probleem uit een van die missies aanpakt. Het gaat altijd om het onderzoeken van je eigen innovatie. Een bestaande innovatie invoeren in je eigen bedrijf is geen haalbaarheidsproject. Zo verschillen projecten die passen van projecten die niet passen:

Past meestalPast meestal niet
Een voedsel­producent onderzoekt of een productie­proces voor een langer houdbaar product haalbaar isEen agrarisch bedrijf neemt een innovatieve werkwijze in gebruik die al bestaat
Een maakbedrijf onderzoekt met technische modellen en tests van onderdelen of een energiezuiniger productie­proces werktEen maakbedrijf bouwt een volledig prototype van de nieuwe machine
Een software­bedrijf onderzoekt of een dataplatform zorg thuis mogelijk maaktEen software­bedrijf past een bestaande AI-toepassing toe zonder een probleem uit KIA 1 tot en met 5 aan te pakken
Een bedrijf in medische hulpmiddelen doet literatuur- en octrooi­onderzoek voor een nieuw productEen zorgaanbieder voert een innovatie in die al op de markt is

Ook een project dat al is gestart voordat je de aanvraag indient, komt niet in aanmerking. Hetzelfde geldt als je project te weinig technisch of financieel risico heeft, of als het economisch perspectief zwak is.

Hoeveel subsidie krijg je met MIT haalbaarheid?

In zes van de acht regio’s krijg je met MIT haalbaarheid een percentage van je subsidiabele kosten. Dat zijn de projectkosten die de uitvoerder meetelt, zoals de uren van je eigen mensen en de kosten van een externe adviesorganisatie of lab. Eigen uren tellen tegen € 60 per uur. In Noord-Nederland, Zuid-Nederland en Flevoland is dat een vast tarief, en in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht een maximum.

Gelderland en Overijssel werken anders. Daar krijg je een vast bedrag van € 20.000, en een begroting heb je daarvoor niet nodig. Je project moet in die twee provincies wel genoeg punten halen bij de beoordeling.

Drie regio’s hebben ook een ondergrens. Zuid-Nederland en Flevoland weigeren een aanvraag als de subsidie lager is dan € 2.500. Noord-Holland geeft geen subsidie onder € 5.000.

KerncijfersRegelingen per regio

35%

van de subsidiabele kosten, behalve in Gelderland en Overijssel

€ 20.000maximum per project, in elke regio

Vast bedrag in Gelderland en Overijssel
€ 20.000
Subsidies per bedrijf per jaar, hooguit
1

Deze cijfers staan in de regelingen van 2026. In Zuid-Nederland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland lopen die regelingen na 2026 door. Noord-Nederland, Noord-Holland en Overijssel hebben voor 2027 een nieuwe regeling nodig. Voor Gelderland is nog niet bekend of de regels na 2026 doorlopen.

Bron: regelingen 2026 per regio · cijfers gecontroleerd 14 oktober 2026

Rekenvoorbeeld: twee projecten met een begroting

Dit rekenvoorbeeld geldt voor een regio die met een begroting werkt, zoals Noord-Nederland of Zuid-Holland.

Rekenvoorbeeld

Maakbedrijf: energiezuiniger productieproces

  • Eigen uren € 60 per uur
  • 35% subsidie, maximaal € 20.000
  • Alle kosten zijn subsidiabel

Kosten

Eigen uren400 uur × € 60€ 24.000
Externe adviesorganisatie of lab€ 30.000
Materiaal€ 4.000
Subsidiabele kosten€ 58.000
Subsidie, het maximum35% × € 58.000 = € 20.300, maximaal € 20.000€ 20.000

Eigen berekening.

Rekenvoorbeeld

Voedselproducent: langer houdbaar product

  • Eigen uren € 60 per uur
  • 35% subsidie, maximaal € 20.000
  • Alle kosten zijn subsidiabel

Kosten

Eigen uren250 uur × € 60€ 15.000
Externe adviesorganisatie of lab€ 12.000
Materiaal€ 3.000
Subsidiabele kosten€ 30.000
Subsidie35% × € 30.000€ 10.500

Eigen berekening.

Het maakbedrijf komt boven het maximum uit. Boven € 57.143 aan kosten levert een extra euro geen subsidie meer op, want 35% van € 57.143 is al € 20.000. In Noord-Holland heb je minstens € 14.286 aan kosten nodig om het minimum van € 5.000 te halen. Dit zijn eigen berekeningen.

Waar vraag je MIT haalbaarheid aan?

Je vraagt MIT haalbaarheid aan bij de uitvoerder van de regio waar je bedrijf gevestigd is. In Groningen, Fryslân en Drenthe is dat SNN, in Noord-Brabant, Limburg en Zeeland Stimulus, onder de naam MIT Zuid. In de andere zes provincies is het de provincie zelf.

Loket per provincie

  • SNNGroningen, Fryslân, Drenthe
  • StimulusNoord-Brabant, Limburg, Zeeland
  • Elke andere provincie is haar eigen loketNoord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Flevoland

MIT haalbaarheid is staatssteun, en de Europese regels daarvoor verschillen per regio. In Noord-Nederland, Noord-Holland, Gelderland en Overijssel is het de-minimissteun. Dat is steun die de Europese Unie toestaat tot € 300.000 per onderneming over drie jaar. Eerdere de-minimissteun telt mee, dus alle vier vragen welke steun je al kreeg. In de andere vier regio’s is de basis de AGVV (algemene groepsvrijstellingsverordening). Dat is de Europese verordening die deze steun vooraf toestaat.

Per regio verschillen het loket, het budget, de verdeling, de Europese basis en wat je na afloop aanlevert:

Noord-Nederland (Groningen, Fryslân, Drenthe)
Loket
SNN
Plafond 2026
€ 3.216.000, voor de drie provincies samen
Verdeling
Volgorde van binnenkomst, loting met een notaris bij overtekening op één dag. Geloot op 9 april onder de complete aanvragen van 7 april
Staatssteun
De-minimis
Na afloop
Niets: SNN stelt de subsidie zelf vast. Op verzoek een verslag en je uren­registratie
Zuid-Nederland (Noord-Brabant, Limburg, Zeeland)
Plafond 2026
Noord-Brabant € 2.060.000, Limburg € 560.000, Zeeland € 360.000
Verdeling
Volgorde van binnenkomst, loting onder toezicht van een notaris bij aanvragen van dezelfde dag. Geloot op 9 april onder de complete aanvragen van 7 april
Staatssteun
AGVV
Na afloop
Niets: de subsidie wordt direct vastgesteld. Bij een steekproef een activiteiten­verslag
Noord-Holland
Plafond 2026
€ 2.570.400
Verdeling
Volgorde van binnenkomst, loting bij aanvragen van dezelfde dag. Op 7 april overtekend en geloot
Staatssteun
De-minimis
Na afloop
Aanvraag tot vaststelling binnen 13 weken na afronding, met een uren­registratie per persoon per week
Zuid-Holland
Plafond 2026
€ 2.700.000
Verdeling
Volgorde van de dag waarop de aanvraag compleet is, loting als het plafond op één dag wordt overschreden
Staatssteun
AGVV
Na afloop
Aanvraag tot vaststelling met een activiteiten­verslag en een financieel verslag
Utrecht
Plafond 2026
€ 744.000
Verdeling
Volgorde van binnenkomst. Op 7 april overtekend, waarna een notaris de volgorde met een loting bepaalde
Staatssteun
AGVV
Na afloop
Verzoek tot vaststelling, en verplicht meedoen aan een monitoringenquête
Gelderland
Plafond 2026
€ 1.620.000
Verdeling
Loting door een notaris onder alle aanvragen van 7 april, op 16 april
Staatssteun
De-minimis
Na afloop
Een eindrapport
Overijssel
Plafond 2026
€ 980.000
Verdeling
Volgorde van binnenkomst, loting bij overtekening; in 2026 publiceerde de provincie een lotingslijst
Staatssteun
De-minimis
Na afloop
Geen aanvraag tot vaststelling: onder € 25.000 stelt de provincie de subsidie direct vast
Flevoland
Plafond 2026
€ 362.304
Verdeling
Volgorde van binnenkomst, loting bij aanvragen van dezelfde dag
Staatssteun
AGVV
Na afloop
Een schriftelijke melding dat het project is uitgevoerd, zoals je beschikking voorschrijft. Zijn je werkelijke kosten lager dan begroot, dan betaal je naar verhouding terug

De plafonds zijn de budgetten van 2026. De budgetten voor 2027 zijn nog niet bekend.

Hoe vraag je MIT haalbaarheid aan?

Je dient de aanvraag digitaal in bij de uitvoerder van je regio, voordat je met het project begint. Begin je eerder of ga je al verplichtingen aan, dan is dat een reden om de aanvraag te weigeren. Bij de aanvraag hoort meestal een projectplan in een verplicht model van de uitvoerder. Wat je verder meestuurt, verschilt per regio:

  • Noord-Nederland: een projectplan volgens het format van SNN, een openbare samenvatting en een de-minimisverklaring.
  • Noord-Holland: alles in het aanvraagformulier, zonder apart projectplan, volgens de informatiebijeenkomst van de provincie.
  • Zuid-Holland: het verplichte model projectplan voor 2026.
  • Utrecht: een projectplan in het format van de provincie en een begroting in Excel.
  • Gelderland: alleen het model projectplan.
  • Overijssel: het model projectplan, offertes, een bewijs van je bankrekening en de brieven over je de-minimissteun.

Ook het inloggen gaat per regio anders. Noord-Holland, Gelderland en Stimulus vragen eHerkenning niveau 2+, en Stimulus accepteert ook eIDAS. Overijssel vraagt niveau 3 en Zuid-Holland minimaal niveau 2+. Bij SNN is eHerkenning niet verplicht: zonder eHerkenning stuur je een ondertekeningsformulier mee. Utrecht noemt geen eHerkenning: je vult een eigen formulier in en krijgt per e-mail een code om het later weer te openen. Laat je de aanvraag in Noord-Holland door een adviseur indienen, dan is een ketenmachtiging verplicht.

Na je aanvraag beslist de uitvoerder binnen 13 weken in Zuid-Holland, Gelderland en Overijssel. In Noord-Holland en Zuid-Nederland is dat 16 weken, en Zuid-Nederland mag die termijn met 16 weken verlengen. In Utrecht is dat 26 weken.

Wanneer kun je MIT haalbaarheid aanvragen?

In 2026 kon je MIT haalbaarheid aanvragen van 7 april tot en met 15 september, in Flevoland vanaf 8 april. Overijssel sloot al op 14 april om 17.00 uur. Stimulus sloot het loket op 7 mei. In Noord-Nederland, Zuid-Nederland, Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland opende het loket op 7 april om 09:00 uur. In zes van de acht regio’s was het budget op de openingsdag al overtekend. Wie later indiende, kwam daar alleen aan de beurt als er na de loting budget overbleef.

Wanneer MIT haalbaarheid in 2027 opent, is nog niet bekend. Op 16 oktober 2026 had geen enkele regio een datum of budget gepubliceerd. In 2026 werden de budgetten van Zuid-Holland, SNN, Overijssel en Flevoland bekend tussen 10 februari en 31 maart. Per regio was dat één tot acht weken voor de opening. De landelijke MIT-regels voor 2026 stonden op 31 maart in de Staatscourant, een week voor de opening.

Hoe werkt de loting bij MIT haalbaarheid?

Bij MIT haalbaarheid behandelt de uitvoerder de aanvragen op volgorde van binnenkomst. Daarbij telt de dag waarop je aanvraag compleet is. Komen er op één dag meer complete aanvragen binnen dan er budget is, dan bepaalt een loting de volgorde van de aanvragen van die dag. Zo staat het in de regelingen van Noord-Nederland, Zuid-Nederland, Noord-Holland, Zuid-Holland en Flevoland.

Bij SNN, Stimulus, Utrecht en Gelderland gebeurde de loting in 2026 met een notaris. Na de loting beoordeelt de uitvoerder de aanvragen in de volgorde van de lijst. Er is geen tender. Wie aan de eisen voldoet, krijgt subsidie zolang er budget is. In Gelderland en Overijssel heeft je project daarvoor minstens 10 punten per criterium en 40 punten in totaal nodig. Valt een aanvraag af op de inhoud, dan komt er budget vrij voor de volgende op de lijst. Gelderland beoordeelt de aanvragen van 2026 tot het 81 projecten kan verlenen. Projecten na nummer 183 op de lijst wijst de provincie af vanwege het plafond.

Hoe groot is de kans op MIT haalbaarheid?

Je kans op MIT haalbaarheid hangt af van je regio en van hoeveel bedrijven op de openingsdag indienen. In Noord-Nederland dienden 380 ondernemers een aanvraag in voor 2026. Op de openingsdag werd daar samen ruim € 7,4 miljoen aangevraagd, terwijl het budget € 3.216.000 was. In Utrecht werd op 7 april ongeveer € 2,59 miljoen aangevraagd, voor een budget van € 744.000.

Het budget dekte dus nog niet de helft van wat er op de openingsdag werd aangevraagd: in Noord-Nederland hooguit 43% en in Utrecht ongeveer 29%. Dat is een eigen berekening en geen slagingskans. Aanvragen die op de inhoud afvallen, maken budget vrij voor de volgende op de lijst. Utrecht noemt zelf een succeskans van ongeveer 40 procent in de afgelopen jaren. In Noord-Brabant kwamen tot en met 4 mei 304 aanvragen binnen, terwijl er volgens Stimulus budget was voor ongeveer 103 tot 110.

Of jouw project past bij een kennis- en innovatieagenda en wat je op de openingsdag klaar moet hebben, bespreken we in een kwartiertje kennismaken.

Na de toekenning

Na de toekenning van MIT haalbaarheid start je het project binnen 4 maanden en rond je het af binnen 12 maanden na de start. Zo staat het in de regelingen van Noord-Nederland, Zuid-Nederland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland. In Overijssel voer je het project uit binnen 12 maanden na de beschikking. Utrecht en Flevoland kunnen de looptijd met hooguit 6 maanden verlengen.

Hoe je het geld krijgt, verschilt per regio. SNN betaalt binnen drie weken het hele bedrag als voorschot. Zuid-Nederland, Gelderland, Overijssel en Flevoland betalen de subsidie in één keer uit, Gelderland meestal binnen twee weken. Zuid-Holland geeft een voorschot van hooguit 90%. De regeling van Noord-Holland noemt geen voorschot; of je er een krijgt, staat in je beschikking. In Utrecht kan de provincie een voorschot geven; dat staat dan in je beschikking.

Na afloop stelt de uitvoerder het definitieve bedrag vast: de vaststelling. In Noord-Nederland, Zuid-Nederland en Overijssel gebeurt dat zonder dat je iets aanvraagt. In Flevoland stuur je een schriftelijke melding dat het project is uitgevoerd. In Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht vraag je de vaststelling zelf aan, en in Gelderland lever je een eindrapport in. De tabel bij "Waar vraag je MIT haalbaarheid aan?" laat per regio zien wat je aanlevert.

Kun je MIT haalbaarheid combineren met de WBSO?

In Noord-Nederland kun je MIT haalbaarheid combineren met de WBSO. SNN legt in het aanvraagformulier uit dat de WBSO geen subsidie is maar een fiscale regeling. Daarom schrijft SNN: "Het is dus mogelijk om WBSO te combineren met de MIT Haalbaarheid". Een andere subsidie voor dezelfde activiteiten mag niet, want SNN schrijft ook: "Het is niet mogelijk om subsidies samen te voegen voor dit project".

Voor de andere zeven regio’s hebben we zo’n uitspraak niet gevonden. Daar vraag je bij het loket na of de combinatie mag, voordat je de aanvraag indient. Hoe de WBSO werkt, lees je op de pagina over de WBSO.

Uit de praktijk

Wij schrijven je projectplan en dienen de aanvraag in bij de juiste provincie of uitvoerder. Of jouw idee geschikt is voor MIT haalbaarheid, bespreken we graag in een kwartiertje kennismaken.

FAQ

Veelgestelde vragen

Kan ik MIT haalbaarheid aanvragen bij de RVO?

Nee. De RVO voert MIT haalbaarheid sinds 2025 niet meer uit en stelt de regeling niet meer landelijk open. Je vraagt aan bij de uitvoerder van je regio: SNN voor Groningen, Fryslân en Drenthe, Stimulus voor Noord-Brabant, Limburg en Zeeland, en in de andere zes provincies bij de provincie zelf. Op de pagina over MIT verwijst de RVO je door naar het loket van je regio.

Hoe kan ik de MIT-haalbaarheidsregeling Zuid-Holland aanvragen?

Je vraagt MIT haalbaarheid in Zuid-Holland aan bij de provincie Zuid-Holland. Daarbij gebruik je het verplichte Model projectplan MIT Haalbaarheidsprojecten 2026. In 2026 kon dat van 7 april 09:00 uur tot en met 15 september 17:00 uur, met een budget van € 2.700.000. De dag waarop je aanvraag compleet is, bepaalt je plek in de volgorde. Je logt in met eHerkenning van minimaal niveau 2+. De periode voor 2027 is nog niet bekend.

Maakt het uit hoe laat ik op de openingsdag indien?

In Gelderland en Zuid-Nederland niet. Daar deden in 2026 alle complete aanvragen van de openingsdag gelijk mee in de loting, ongeacht het tijdstip. In Utrecht nam de provincie een aanvraag van vóór 09:00 uur niet in behandeling. Wat wel telt, is dat je aanvraag op de openingsdag compleet is. Vul je hem later aan, dan geldt meestal de dag van de aanvulling. In Gelderland komt een onvolledige aanvraag onderaan de lijst.

Mag ik meer dan één aanvraag voor MIT haalbaarheid indienen?

Meestal niet. In de meeste regio's mag je bedrijf één aanvraag voor MIT haalbaarheid per kalenderjaar doen, en verbonden ondernemingen tellen samen als één aanvrager. Dien je er toch meer in, dan weigeren Utrecht en Zuid-Holland ze allemaal. Stimulus behandelt in Zuid-Nederland alleen de eerste volledige aanvraag. Gelderland verleent hooguit één subsidie per jaar.

Komt een softwareproject in aanmerking voor MIT haalbaarheid?

Ja, als je project past bij een van de missies uit KIA 1 tot en met 5, zoals Gezondheid en Zorg of Klimaat en Energie. Alleen digitale technologie zoals AI toepassen in een willekeurige sector is niet genoeg. Een softwarebedrijf dat onderzoekt of een dataplatform zorg thuis mogelijk maakt, kan dus wel passen. Ook dan bestaat het project in vijf van de acht regio's voor minstens 60% uit een haalbaarheidsstudie.

Wat gebeurt er als ik uitgeloot word voor MIT haalbaarheid?

Dan sta je laag op de lijst, maar je aanvraag is niet meteen afgewezen. De uitvoerder beoordeelt de aanvragen in de volgorde van de loting. Valt een aanvraag hoger op de lijst af op de inhoud, dan komt er budget vrij voor de volgende. Volgens SNN kan een uitgelote aanvraag zo alsnog in aanmerking komen. Is het budget op, dan wijst de uitvoerder de rest af.

Bronnen 36

Lees ook