Subsidie · MIT R&D
MIT R&D-samenwerking 2027: subsidie om samen te ontwikkelen
MIT R&D-samenwerking is een subsidie tot € 350.000 voor minstens twee mkb-bedrijven die samen een nieuw product, productieproces of nieuwe dienst ontwikkelen. De subsidie is 35% van de kosten die meetellen. Je vraagt MIT R&D aan bij de provincie of regionale uitvoerder waar de deelnemers zitten die samen (ruim) de helft van die kosten dragen. Alleen als geen regio daaraan voldoet, vraag je aan bij de RVO. De openstelling van MIT R&D voor 2027 is nog niet bekend.
In het kort
- MIT R&D geeft minstens twee mkb-bedrijven die samen een product, productieproces of dienst ontwikkelen 35% subsidie, van € 50.000 tot € 350.000 per project.
- Bij MIT R&D krijgt elke deelnemer minstens € 25.000 en hoogstens € 100.000 bij een klein project of € 175.000 bij een groot project; één deelnemer draagt hooguit 70% van de kosten.
- MIT R&D vraag je aan bij de regio waar (ruim) de helft van de subsidiabele kosten bij deelnemers uit die regio ligt; alleen als geen regio daaraan voldoet, vraag je aan bij de RVO.
- MIT R&D is een tender: een project krijgt punten op vier criteria, minimaal 10 per criterium en 50 in totaal, en de score op impact telt dubbel bij een prioriteit van het loket.
- De kans op MIT R&D is beperkt: bij de RVO kregen in 2025 12 van de 28 projecten subsidie, in de AI-tender van 2026 18 van de 77.
Wat is MIT R&D-samenwerking?
MIT R&D is een subsidie voor mkb-bedrijven die samen een product, productieproces of dienst ontwikkelen of vernieuwen. De officiële naam is MIT R&D-samenwerkingsproject; de RVO spreekt van MIT R&D-samenwerkingsprojecten. Provincies en het Rijk betalen de subsidie samen: in 2026 legden ze elk € 24,94 miljoen in voor de MIT in de regio’s. Je vraagt aan bij een van de acht regio’s of bij het landelijke loket van de RVO.
De landelijke regels staan in de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies. Elke regio heeft een eigen regeling, met op hoofdlijnen dezelfde regels: hetzelfde percentage, dezelfde bedragen en dezelfde vier beoordelingscriteria. Per regio verschillen vooral het budget en de prioriteiten.
MIT R&D is een tender. Het loket beoordeelt alle aanvragen pas na de sluiting van de aanvraagperiode. Dan krijgt elk project punten, en het budget gaat naar de projecten met de hoogste score tot het op is.
Voor wie is MIT R&D?
MIT R&D is er voor mkb-bedrijven die samen een project uitvoeren. Elk loket stelt drie eisen aan het samenwerkingsverband:
- 2
- mkb-bedrijven, minstens
- < 250
- werkzame personen per bedrijf
- 70%
- van de kosten, hooguit per deelnemer
Minstens twee mkb-bedrijven. Samen vormen ze een samenwerkingsverband: de groep bedrijven die samen het project uitvoert. De bedrijven horen niet tot dezelfde groep. In Noord-Holland mag het ene bedrijf ook geen 25% of meer van het andere bezitten. Je richt er geen bv of andere rechtspersoon voor op. Een van de deelnemers is de penvoerder: die dient de aanvraag in namens de anderen.
Minder dan 250 werkzame personen. Elk mkb-bedrijf heeft minder dan 250 werkzame personen, gerekend in fte. Hoort een bedrijf bij een groep, dan tellen de andere bedrijven in de groep mee. De omzet is hooguit € 50 miljoen of het balanstotaal hooguit € 43 miljoen. Een onderneming in moeilijkheden komt niet in aanmerking.
Hooguit 70% per deelnemer. Eén deelnemer draagt hooguit 70% van de subsidiabele kosten. Dat zijn de projectkosten die meetellen voor de subsidie. Draagt één bedrijf meer, dan wijst elk loket de aanvraag af.
Uitzonderingen
Twee mkb-bedrijven uit dezelfde groep vormen landelijk geen samenwerkingsverband. Gelderland laat een verbonden bedrijf meewerken in opdracht, maar de subsidie gaat naar de onafhankelijke partners.
Een groot bedrijf mag meewerken, maar zijn eigen kosten tellen niet mee voor MIT R&D.
Eén mkb-bedrijf zonder partner kan MIT R&D niet aanvragen. Voor een haalbaarheidsstudie kan dat bedrijf wel MIT haalbaarheid aanvragen.
Mag een kennisinstelling meedoen?
Ja, maar niet als deelnemer met eigen subsidiabele kosten. Alleen kosten van de mkb-deelnemers tellen mee voor MIT R&D. Een kennisinstelling kan wel werk doen in opdracht van een mkb-deelnemer. Die deelnemer neemt de factuur op in zijn eigen begroting, zodat de kosten toch meetellen.
MIT haalbaarheid of MIT R&D?
MIT haalbaarheid en MIT R&D horen allebei bij de MIT, maar zijn bedoeld voor verschillende fasen. Met MIT haalbaarheid onderzoekt één mkb-bedrijf of een idee technisch en economisch haalbaar is. Met MIT R&D ontwikkelen minstens twee mkb-bedrijven samen het product, productieproces of de dienst zelf. De verschillen op een rij:
| MIT haalbaarheid | MIT R&D | |
|---|---|---|
| Wie vraagt aan | Eén mkb-bedrijf | Minstens twee mkb-bedrijven samen |
| Wat je doet | Onderzoeken of een idee haalbaar is | Samen een product, productieproces of dienst ontwikkelen |
| Subsidie | 35%, hooguit € 20.000 (Gelderland en Overijssel: vast € 20.000) | 35%, € 50.000 tot € 350.000 per project |
| Verdeling | Volgorde van binnenkomst, met loting onder de aanvragen van dezelfde dag | Tender: de projecten met de meeste punten eerst |
| Loket | Alleen de regio | De regio, of de RVO als geen regio voldoet |
| Opening 2026 | 7 april (Flevoland 8 april) | 9 juni; de AI-tender 7 april |
Volgens Stimulus, het loket in Zuid-Nederland, mag je na een gesubsidieerd haalbaarheidsproject voor hetzelfde project ook MIT R&D aanvragen. Hoe MIT haalbaarheid per provincie werkt, lees je op de pagina over het MIT Haalbaarheidsproject.
Projecten die wel en niet passen
Een MIT R&D-project past als het bijdraagt aan een van de acht kennis- en innovatieagenda’s (KIA’s). Dat zijn de thema’s waaraan het loket elk project toetst:
- klimaat en energie;
- circulaire economie;
- landbouw, water en voedsel;
- gezondheid en zorg;
- veiligheid;
- sleuteltechnologieën;
- digitalisering;
- maatschappelijk verdienvermogen.
De eerste vijf KIA’s gaan over maatschappelijke opgaven, zoals een klimaatneutrale industrie of zorg in de eigen leefomgeving. In de regels staat dat het puur toepassen van een technologie in een willekeurige sector geen basis is voor subsidie. Een digitaal project dat een opgave uit de eerste vijf KIA’s aanpakt, kan wel passen. Ook fundamentele kennisontwikkeling is geen basis voor MIT R&D. Of een project past, beoordeelt het loket per aanvraag. Deze voorbeelden laten het verschil zien:
| Past meestal | Past meestal niet |
|---|---|
| Een machinebouwer en een sensorbedrijf ontwikkelen samen een meetsysteem waarmee productielijnen minder energie gebruiken | Een machinebouwer koopt een bestaand meetsysteem en zet het in de eigen fabriek |
| Twee softwarebedrijven ontwikkelen AI-software waarmee zorgverleners patiënten thuis kunnen volgen | Twee softwarebedrijven bouwen een bestaande AI-techniek in hun product, zonder maatschappelijke opgave |
| Een tuinbouwtechniekbedrijf en een sensorbedrijf ontwikkelen een teeltsysteem dat water en voeding hergebruikt | Fundamenteel onderzoek naar een plantenziekte, zonder product dat je kunt verkopen |
| Een voedingsproducent en een verpakkingsbedrijf ontwikkelen een verpakking die voedsel langer houdbaar maakt | Twee bedrijven verbeteren alleen hun eigen werkwijze, zonder product dat ze kunnen verkopen |
Of jullie project bij een kennis- en innovatieagenda past, bespreken we in een kwartiertje kennismaken.
Hoeveel MIT R&D-subsidie krijg je?
MIT R&D vergoedt 35% van de subsidiabele kosten. Elke deelnemer krijgt 35% van zijn eigen kosten, en samen vormen die bedragen de subsidie voor het project. Subsidiabel zijn alleen kosten van de mkb-deelnemers: personeel, apparatuur, onderzoek dat je uitbesteedt en andere directe projectkosten.
Of je project klein of groot is, hangt af van de subsidiabele kosten van het hele project. Bij elk soort project horen een minimum en een maximum, per project en per deelnemer:
| Project | Subsidiabele kosten | Subsidie per project | Subsidie per deelnemer |
|---|---|---|---|
| Klein | Tot en met € 571.428 | € 50.000 tot € 200.000 | € 25.000 tot € 100.000 |
| Groot | Meer dan € 571.428 | € 200.000 tot € 350.000 | € 25.000 tot € 175.000 |
35%
van de kosten die meetellen, voor minstens twee mkb-bedrijven samen
€ 350.000maximum, groot project
- Hoogste kostenaandeel van één deelnemer
- 70%
- Looptijd, hooguit
- 2 jaar
Deze bedragen gelden voor de openstelling van 2026. Noord-Holland en Noord-Nederland hadden een regeling die alleen voor 2026 gold. De andere loketten werken met doorlopende regels, die per jaar kunnen wijzigen. Ze steunen op Europese staatssteunregels die eind 2026 aflopen; de Europese Commissie wil nieuwe regels laten ingaan op 1 januari 2027. De openstelling voor 2027 is nog niet bekend.
Bron: Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (titel 3.4) en de regionale MIT-regelingen 2026 · cijfers gecontroleerd 14 oktober 2026
Rekenvoorbeeld: klein project met twee bedrijven
Een machinebouwer en een sensorbedrijf ontwikkelen samen een meetsysteem voor productielijnen.
Rekenvoorbeeld
Klein project met twee bedrijven
- Alle kosten zijn subsidiabel
- 35% per deelnemer
- Geen andere subsidie
Subsidiabele kosten
Subsidie per deelnemer
Eigen berekening.
Met € 300.000 aan kosten blijft het project onder € 571.428 en is het dus klein. Beide deelnemers krijgen tussen € 25.000 en € 100.000. Geen van beide draagt meer dan 70% van de kosten.
Rekenvoorbeeld: groot project met drie bedrijven
Een voedingsproducent, een verpakkingsbedrijf en een softwarebedrijf ontwikkelen samen een productieproces met een verpakking die voedsel langer houdbaar maakt. Dezelfde aannames gelden.
Rekenvoorbeeld
Groot project met drie bedrijven
- Alle kosten zijn subsidiabel
- 35% per deelnemer
- Geen andere subsidie
Subsidiabele kosten
Subsidie per deelnemer
Eigen berekening.
De voedingsproducent zit precies op het maximum van € 175.000 per deelnemer en het project op het maximum van € 350.000. Kost hetzelfde project € 1.200.000, dan blijft de subsidie € 350.000, terwijl 35% € 420.000 zou zijn. Beide voorbeelden zijn eigen berekeningen.
Bij welk loket vraag je MIT R&D aan?
Je vraagt MIT R&D aan bij het regionale loket als meer dan de helft van de subsidiabele kosten bij deelnemers uit die regio ligt. Dat geldt in Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht en Overijssel. In Gelderland, Zuid-Nederland, Noord-Nederland en Flevoland is minimaal de helft genoeg. Je vraagt alleen aan bij de RVO als geen enkele regio aan die eis voldoet. De RVO noemt dat het landelijke vangnet.
Reken per regio uit welk deel van de subsidiabele kosten bij deelnemers uit die regio ligt.
Voldoet een regio aan de kosteneis?
In Noord-Holland en Noord-Nederland zit ook de penvoerder in de regio. In Utrecht telt welke kosten in de provincie worden gemaakt.
Een AI-project voor de AI-tender gaat altijd naar RVO.
Een project met partners uit meerdere regio’s gaat dus naar de regio die aan de eis voldoet. Stel dat een bedrijf uit Overijssel 60% van de kosten draagt en een partner uit Gelderland 40%. Dan vraag je aan in Overijssel. Dragen drie partners uit drie regio’s elk een derde, dan voldoet geen regio en vraag je aan bij de RVO.
Drie regio’s hebben een extra eis. In Noord-Holland en Noord-Nederland zit de penvoerder in de regio en werkt hij daar. In Utrecht gaat het om de kosten die in de provincie worden gemaakt, en zitten de mkb-bedrijven die subsidie krijgen in Utrecht. Een project voor de AI-tender vraag je altijd aan bij de RVO.
Per regio verschillen het loket, het budget, de kosteneis, de prioriteiten en het voorschot:
Zuid-Holland
- Kosteneis
- Meer dan 50% bij deelnemers uit Zuid-Holland
- Plafond 2026
- € 6.900.000
- Prioriteiten 2026, kort
- De tien NTS-technologieën
- Voorschot
- Max. 90%
Noord-Holland
- Kosteneis
- Penvoerder en meer dan 50% bij mkb uit Noord-Holland
- Plafond 2026
- € 5.997.600
- Prioriteiten 2026, kort
- CO2-vrije gebouwen, klimaatneutrale industrie, circulair, land- en tuinbouw, voedsel, procestechnologie, biotechnologie, AI, data
- Voorschot
- Als je erom vraagt; geen percentage in de regeling
Utrecht
- Loket
- Provincie Utrecht
- Kosteneis
- Meer dan 50% van de kosten in Utrecht; mkb-bedrijven in Utrecht
- Plafond 2026
- € 2.232.000
- Prioriteiten 2026, kort
- CO2-vrije gebouwen, circulair, voedsel, drie thema's uit gezondheid en zorg, hightech landoptreden, procestechnologie, biotechnologie, AI en data
- Voorschot
- Kan; de hoogte staat in de beschikking
Overijssel
- Loket
- Provincie Overijssel
- Kosteneis
- Meer dan 50% bij mkb uit Overijssel
- Plafond 2026
- € 2.880.000
- Prioriteiten 2026, kort
- De tien NTS-technologieën
- Voorschot
- Tot 100%
Gelderland
- Loket
- Provincie Gelderland
- Kosteneis
- Minimaal 50% bij deelnemers met een vestiging in Gelderland
- Plafond 2026
- € 3.564.000
- Prioriteiten 2026, kort
- CO2-vrij elektriciteitssysteem, circulair, voedsel, zorg in de leefomgeving, veilige digitale producten, AI en data, halfgeleiders; verdubbeling vanaf 10 punten op impact
- Voorschot
- Max. 80%
Limburg, Noord-Brabant, Zeeland
- Loket
- Stimulus
- Kosteneis
- Minimaal 50% bij mkb uit Zuid-Nederland
- Plafond 2026
- € 7.100.000
- Prioriteiten 2026, kort
- CO2-vrije elektriciteit, gebouwen, industrie en mobiliteit, circulair, land- en tuinbouw, voedsel, zorg in de leefomgeving, cybersecurity, procestechnologie
- Voorschot
- Max. 75%
Groningen, Fryslân, Drenthe
- Loket
- SNN
- Kosteneis
- Penvoerder en minimaal 50% bij partners uit Noord-Nederland
- Plafond 2026
- € 3.216.000
- Prioriteiten 2026, kort
- Klimaatneutrale industrie, circulair, land- en tuinbouw, voedsel, minder ziektelast, veilige digitale producten, procestechnologie, biotechnologie, AI en data, energiematerialen
- Voorschot
- 40%, op aanvraag nog max. 40%
Flevoland
- Loket
- Provincie Flevoland
- Kosteneis
- Minimaal 50% bij mkb uit Flevoland
- Plafond 2026
- € 845.376
- Prioriteiten 2026, kort
- CO2-vrije gebouwen, klimaatneutrale industrie, circulair, natuur en bodem, land- en tuinbouw, veilige digitale producten, hightech landoptreden, AI en data, energiematerialen, halfgeleiders
- Voorschot
- Max. 75%
Geen regio voldoet
- Loket
- RVO
- Kosteneis
- Geen regio haalt de eis
- Plafond 2026
- € 3.000.000
- Prioriteiten 2026, kort
- Sleutel- en digitale technologieën, zoals procestechnologie, halfgeleiders, kwantum, AI, data en cybersecurity
- Voorschot
- 90%
AI-tender
- Loket
- RVO
- Kosteneis
- Niet van toepassing
- Plafond 2026
- € 3.550.000
- Prioriteiten 2026, kort
- Alleen AI-projecten
- Voorschot
- 90%
Het plafond is het budget voor MIT R&D in 2026. Bij elk loket ging hooguit de helft daarvan naar grote projecten. Bij de meeste loketten mocht geld dat bij kleine projecten overbleef naar grote. Het voorschot is het deel van de subsidie dat je vooraf krijgt. Welke prioriteiten een regio voor 2027 kiest, is nog niet bekend.
Hoe werkt de MIT R&D-tender?
Bij MIT R&D krijgt elk project punten op vier criteria, elk hooguit 25:
- vernieuwing;
- economische waarde;
- kwaliteit van de samenwerking;
- positieve impact op de maatschappelijke opgaven uit de KIA’s.
Een project met minder dan 10 punten op één criterium of minder dan 50 punten in totaal, wijst het loket af. Dat gebeurt ook als er nog budget is. Draagt het project bij aan een prioriteit van het loket, dan telt de score op impact dubbel. Dat levert hooguit 25 extra punten op, zodat een project maximaal 125 punten haalt. De verdubbeling geldt alleen als het project de minimumscores haalt.
Hebben twee aanvragen dezelfde score en is er niet genoeg budget voor beide, dan beslist in Zuid-Holland, Zuid-Nederland, Utrecht, Overijssel, Noord-Nederland en Flevoland een loting. Noord-Holland loot niet: daar gaat de aanvraag met de laagste projectkosten voor.
Prioriteiten per regio
Elke regio kiest zelf 4 tot 10 prioriteiten uit 31 mogelijkheden. Dat zijn 21 maatschappelijke (deel)missies uit de eerste vijf KIA’s en de 10 technologieën van de Nationale Technologiestrategie (NTS). Minstens één prioriteit is een NTS-technologie. Zuid-Holland en Overijssel kozen in 2026 alle tien NTS-technologieën:
- optische systemen en geïntegreerde fotonica;
- kwantum;
- groene chemie;
- biotechnologie;
- beeldvorming;
- (opto)mechatronica;
- AI en data;
- energiematerialen;
- halfgeleiders;
- cybersecurity.
De andere regio’s combineren technologieën met maatschappelijke missies, zoals duurzaam voedsel of zorg in de leefomgeving. De lijst per regio staat in de tabel bij het loket. Een thema dat in de ene regio dubbel telt, kan in een andere regio enkel tellen. Toch kies je het loket niet zelf: dat volgt uit waar de kosten liggen.
Hoe groot is de kans op MIT R&D?
De kans op MIT R&D hangt af van het aantal aanvragen en het budget. Bij de RVO kregen in 2025 12 van de 28 gerangschikte projecten subsidie uit een budget van € 3 miljoen. In de AI-tender van 2026 waren dat er 18 van de 77. In Zuid-Nederland kwamen in 2026 volgens Stimulus 110 aanvragen binnen, samen goed voor ruim € 21 miljoen. Het budget daar was € 7.100.000. Een project dat alle minimumscores haalt, kan dus toch buiten het budget vallen.
De MIT R&D AI-tender
De AI-tender is een aparte landelijke tender binnen MIT R&D voor projecten met kunstmatige intelligentie (AI). Je vraagt hem alleen aan bij de RVO, uit het landelijke budget, ook als alle deelnemers uit één regio komen. De algemene voorwaarden zijn volgens de RVO gelijk aan die van MIT R&D. Dat betekent 35% subsidie, € 50.000 tot € 350.000 per project en minstens twee mkb-bedrijven.
Een project voor de AI-tender draagt bij aan generatieve AI, machine learning of allebei. Het volgt een aanpak voor betrouwbare en mensgerichte AI. Ook levert het een aantoonbaar nieuwe oplossing voor een of meer werkgebieden van de AI Coalitie voor Nederland (AIC4NL). De tender hoort bij AiNed, een programma van het Nationaal Groeifonds. Bij de aanvraag stuur je een beslisschema en een verklaring mee waaruit blijkt dat je bedrijf geen onderneming in moeilijkheden is.
In 2026 liep de AI-tender van 7 april tot en met 26 mei, met een budget van € 3.550.000. Van de 77 gerangschikte projecten kregen er 18 subsidie. De RVO beslist uiterlijk 13 weken na de sluiting en geeft een voorschot van 90%. Of en wanneer de AI-tender in 2027 opent, is nog niet bekend.
Hoe vraag je MIT R&D aan?
De penvoerder vraagt MIT R&D digitaal aan bij het loket, namens het hele samenwerkingsverband. Dat doe je binnen de aanvraagperiode. De stappen gaan in deze volgorde:
- Bepaal het loket. Reken uit welk deel van de subsidiabele kosten bij deelnemers uit elke regio ligt, en kies het loket met de kosteneis uit de tabel.
- Kies de penvoerder en verdeel de kosten. Spreek af wie de aanvraag indient en welke kosten elke deelnemer draagt, met hooguit 70% per deelnemer.
- Schrijf het projectplan en de begroting. De RVO heeft een model projectplan in Word en, bij een groot project, een model begroting in Excel.
- Log in met eHerkenning. Noord-Holland en Gelderland vragen niveau EH2+, Overijssel EH3.
- Dien in vóór de sluiting. In 2026 sloot de aanvraagperiode op 15 september om 17:00 uur.
Laat je een adviseur indienen, dan heeft die in Gelderland een ketenmachtiging nodig. Begin niet aan het project voordat je aanvraagt: bij bijna alle loketten is dat een reden om af te wijzen. Geef ook geen opdracht aan anderen vóór de aanvraag. In Overijssel en Flevoland staat dat letterlijk in de regels.
Wanneer kun je MIT R&D aanvragen?
In 2026 kon je MIT R&D bij de RVO en de regio’s aanvragen van 9 juni 09:00 uur tot en met 15 september 17:00 uur. De landelijke regels verschenen op 31 maart 2026 in de Staatscourant, ruim twee maanden voor de opening. De AI-tender liep eerder, van 7 april tot en met 26 mei 2026. Die opende een week nadat de regels in de Staatscourant stonden. Alle loketten zijn sinds 15 september 2026 dicht. De openstelling voor 2027 is nog niet bekend.
Na de sluiting beslissen de loketten binnen een eigen termijn:
- Overijssel en Gelderland: binnen 13 weken.
- Noord-Holland en Zuid-Nederland: binnen 16 weken. Zuid-Nederland kan die termijn met 16 weken verlengen, en Stimulus houdt daar rekening mee.
- Utrecht: binnen 26 weken.
- Zuid-Holland: in het eerste kwartaal van 2027.
- RVO: binnen 13 weken na de sluiting, bij de algemene tender en bij de AI-tender. De RVO kan die termijn eenmaal met 13 weken verlengen.
Op 16 oktober 2026 had nog geen enkel loket de uitslag van de algemene tender van 2026 gepubliceerd.
Na de toekenning
Krijgt je project subsidie, dan start het binnen een termijn die per loket verschilt:
- Zuid-Holland: de projecten van 2026 starten op zijn vroegst op 1 januari 2027, en uiterlijk 6 maanden na het besluit.
- Gelderland en Overijssel: binnen 6 maanden na de toekenning.
- Utrecht: binnen 4 maanden na de toekenning.
- Zuid-Nederland: uiterlijk 6 maanden na het indienen van de volledige aanvraag.
Het project duurt hooguit 2 jaar. In Gelderland en Utrecht kan de looptijd met hooguit 12 maanden worden verlengd. De meeste loketten geven een voorschot, en hoe hoog dat is, staat in de tabel bij het loket. Bij de RVO is het voorschot 90%, in termijnen volgens het besluit.
Bij de RVO stuur je 12 maanden na de start een voortgangsrapport als het project 14 maanden of langer duurt. In Zuid-Nederland stuur je elk jaar een voortgangsverslag als het project langer dan 12 maanden loopt. Verandert je projectplan of je begroting, dan geef je dat door. Doe je dat niet, dan kan de RVO de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
Na afloop vraag je de vaststelling aan: de definitieve berekening van de subsidie. Bij de RVO doe je dat binnen 13 weken na de einddatum, met een eindverslag. In Noord-Holland is de termijn ook 13 weken, en beslist de provincie binnen 16 weken. Bij een subsidie van € 125.000 of meer hoort er bij de RVO een accountantsverklaring bij.
De RVO controleert projecten steekproefsgewijs. Houd je je niet aan de regels, dan kan de RVO de subsidie lager vaststellen of intrekken. Noord-Holland vraagt je administratie te bewaren tot minstens 5 jaar na de vaststelling. Bij de RVO bewaar je de administratie tot 5 jaar na de vaststelling.
Of jullie samenwerking in aanmerking komt voor MIT R&D en bij welk loket je dan aanvraagt, bespreken we in een kwartiertje kennismaken.
FAQ
Veelgestelde vragen
Helpt het om MIT R&D vroeg in te dienen?
Nee. MIT R&D is een tender: het loket beoordeelt alle aanvragen pas na de sluiting en rangschikt ze op punten. Een aanvraag van de eerste dag heeft geen voorsprong op een aanvraag van de laatste dag. Stimulus, het loket in Zuid-Nederland, laat je wel weten of je aanvraag volledig is als die uiterlijk tien dagen vóór de sluiting binnenkomt. Je kunt dan vóór de sluiting nog aanvullen.
Mag mijn samenwerkingspartner uit een andere provincie komen?
Ja. De kosteneis gaat over het deel van de subsidiabele kosten, niet over elke partner. Ligt meer dan de helft van de kosten bij deelnemers uit één regio, dan vraag je daar aan, ook als een partner elders zit. In Gelderland, Zuid-Nederland, Noord-Nederland en Flevoland is minimaal de helft genoeg. Voldoet geen enkele regio aan de eis, dan vraag je MIT R&D aan bij de RVO.
Mag ik in meer dan één MIT R&D-aanvraag meedoen?
Dat verschilt per loket. In Zuid-Holland mag een deelnemer in een kalenderjaar maar aan één aanvraag meedoen. Staat hij ook in een ander samenwerkingsverband dat aanvraagt, dan weigert de provincie alle aanvragen. In Overijssel doet een samenwerkingsverband één aanvraag per periode, maar mag een mkb-bedrijf wel in meerdere projecten zitten. De RVO wijst je aanvraag af als je dat kalenderjaar al MIT R&D van de RVO kreeg. Utrecht, Noord-Holland en Flevoland weigeren als een deelnemer in dezelfde openstelling al MIT R&D kreeg. Kijk dus bij je loket voordat je met verschillende partners aanvraagt.
Welk uurtarief mag ik rekenen voor MIT R&D?
Dat hangt af van het loket. In Gelderland, Zuid-Nederland en Noord-Nederland kun je voor eigen uren een vast tarief van € 60 per uur gebruiken. In Utrecht is € 60 het maximum. In Zuid-Nederland zitten de indirecte kosten in die € 60. Gelderland staat ook loonkosten met een vaste opslag of integrale kosten toe, maar geen opslag van 20% bovenop de € 60.
Kan ik mijn MIT R&D-aanvraag na de sluiting nog aanvullen?
Niet inhoudelijk, in elk geval in Gelderland en Overijssel. Overijssel accepteert na de sluiting alleen nog gegevens die niet over de inhoud gaan, zoals een bewijs van je bankrekening. Omdat alle aanvragen na de sluiting tegelijk worden beoordeeld, telt alleen wat er op dat moment in je aanvraag staat. Zorg dus dat het projectplan, de begroting en de bijlagen compleet zijn voordat de aanvraagperiode sluit.
Bronnen 27
- RVO: MIT R&D-samenwerkingsprojecten
- RVO: MIT R&D-samenwerkingsprojecten AI
- RVO: MIT R&D-samenwerkingsprojecten, na de aanvraag
- RVO: MIT R&D-samenwerkingsprojecten AI, na de aanvraag
- RVO: loketwijzer MIT
- RVO: mkb-toets
- Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies, titel 3.4
- Openstelling MIT 2026, Staatscourant 2026, 12326
- Wijziging MIT met minimumscores en prioriteiten, Staatscourant 2025, 11338
- Provincie Zuid-Holland: subsidieregeling MKB-innovatiestimulering
- Provincie Zuid-Holland: R&D-samenwerkingsprojecten MIT
- Provincie Noord-Holland: uitvoeringsregeling MIT R&D-samenwerkingsprojecten
- Provincie Utrecht: regeling MIT R&D-samenwerkingsprojecten
- Provincie Overijssel: MIT R&D-samenwerkingsprojecten
- Regels Subsidieverlening Gelderland 2023, paragraaf 7.2a
- Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022, art. 1.2.18
- Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies, art. 26
- RVO: verplichtingen subsidieontvangers
- Provincie Gelderland: MIT R&D-samenwerkingsprojecten
- Provincie Gelderland: veelgestelde vragen MIT R&D 2026 (pdf)
- Provinciaal blad Gelderland 2026, 4293
- Regeling MIT Zuid-Nederland
- Stimulus: MIT Zuid
- Regeling MIT Noord-Nederland
- SNN: MIT R&D-samenwerking 2026
- Provincie Flevoland: openstellingsbesluit MIT 2026
- Provincie Flevoland: nadere regels MIT
Lees ook