Subsidie · SLIM

SLIM-subsidie 2027 voor samenwerkings­verbanden

Met de SLIM-subsidie voor samenwerkingsverbanden krijgen minstens twee mkb-bedrijven samen tot € 500.000 om leren en ontwikkelen op de werkvloer blijvend op te zetten. Eén partij, de penvoerder, vraagt de subsidie namens alle partijen aan bij Uitvoering Van Beleid SZW (UVB), niet bij de RVO of het UWV. Er is veel meer vraag dan geld: in 2026 kwamen 17 van de 288 aanvragen in de loting in ieder geval aan de beurt. Het tijdvak voor 2027 is nog niet bekend.

Door Lucas Karregat, gecontroleerd door Wesley Zwarthoed 9 minuten lezen

In het kort

  • De SLIM-subsidie voor samenwerkingsverbanden is er voor minstens twee mkb-bedrijven die samen leren en ontwikkelen op de werkvloer opzetten, met minstens € 210.000 aan subsidiabele kosten; je vraagt hem aan bij Uitvoering Van Beleid SZW, niet bij de RVO.
  • Een samenwerkingsverband krijgt via de SLIM-subsidie 60% van de kosten, tot € 500.000 per aanvraag, en geen partij in het samenwerkingsverband krijgt € 200.000 of meer.
  • Een samenwerkingsverband dat SLIM-subsidie aanvraagt, moet altijd een gezamenlijke leer- en ontwikkelmethode ontwikkelen of invoeren, zoals een bedrijfsschool of een systeem van ontwikkelgesprekken.
  • Penvoerder van een SLIM-aanvraag voor een samenwerkingsverband is een mkb-bedrijf, brancheorganisatie (opgericht vóór 1 januari 2020), onderwijsinstelling, O&O-fonds of werkgevers- of werknemersvereniging; een grootbedrijf kan alleen als partij meedoen.
  • Bij de SLIM-subsidie voor samenwerkingsverbanden kwamen in 2026 17 van de 288 aanvragen in de loting in ieder geval aan de beurt; het tijdvak en het budget voor 2027 zijn nog niet bekend.

Wat is SLIM voor samenwerkings­verbanden?

De SLIM-regeling (Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen) heeft twee routes. Een mkb-bedrijf vraagt alleen aan, of het vormt een samenwerkingsverband met andere organisaties. In beide routes gaat het om dezelfde drie activiteiten:

  • A: een doorlichting van het bedrijf, met een opleidings- of ontwikkelplan als resultaat;
  • B: loopbaan- of ontwikkeladvies voor medewerkers;
  • C: het ontwikkelen of invoeren van een leer- en ontwikkelmethode.

Ook de regels voor de kosten zijn in beide routes gelijk. Wat de drie activiteiten inhouden en welke kosten meetellen, lees je op SLIM-subsidie voor één mkb-bedrijf: tot € 24.999, in 2026 twee tijdvakken.

Voor een samenwerkingsverband is activiteit C verplicht. Een leer- en ontwikkelmethode maakt leren en ontwikkelen een vast onderdeel van het werk. Voorbeelden zijn een bedrijfsschool en een systeem van ontwikkelgesprekken. Een doorlichting en loopbaanadviezen mogen erbij. Cursussen en opleidingen zelf betaalt SLIM niet, want opleidingskosten zijn uitgesloten.

De andere verschillen met een aanvraag van één mkb-bedrijf staan in deze tabel:

Eén mkb-bedrijfSamenwerkings­verband
Wie vraagt aanDe mkb-onderneming zelfEen penvoerder, namens minstens twee mkb-bedrijven
Maximum€ 24.999 per aanvraag€ 500.000 per aanvraag, en per partij minder dan € 200.000
Minimum€ 5.000 aan kosten voor activiteit A en/of C€ 210.000 aan subsidiabele kosten
Verplichte activiteitGeenActiviteit C, de leer- en ontwikkel­methode
LooptijdHooguit 12 maandenHooguit 24 maanden
Voorschot dat UVB kan geven50%25%, en nog 50% na het voortgangs­verslag bij een project van meer dan 12 maanden
Tijdvakken in 2026TweeEén
VerantwoordingUVB stelt de subsidie zelf vast, zonder eind­declaratieVerzoek tot vaststelling met evaluatie­verslag, vanaf € 125.000 subsidie met controle­verklaring

Wie kan meedoen in een SLIM-samenwerkings­verband?

Een samenwerkingsverband voert samen een plan uit voor leren en ontwikkelen. Er gelden drie eisen:

2
mkb-bedrijven, minstens
80%
van de kosten, hooguit per partij
€ 210.000
aan kosten, minstens

Minstens twee mkb-bedrijven. Volgens UVB horen die twee niet bij elkaar. Bedrijven uit één groep, zoals een moeder- en een dochterbedrijf, tellen samen als één partij. Dat geldt ook als het ene bedrijf 25% of meer van het andere bezit. Andere organisaties mogen aansluiten, zoals een roc of een brancheorganisatie.

Hooguit 80% per partij. Elke partij voert een deel van het plan uit. Geen enkele partij draagt meer dan 80% van de kosten.

Minstens € 210.000 aan kosten. Het project heeft minstens € 210.000 aan subsidiabele kosten: de kosten die meetellen voor de subsidie. Hoeveel subsidie daarbij hoort, lees je verderop.

Wie mag penvoerder zijn?

De penvoerder dient de SLIM-aanvraag in namens alle partijen en heet in de regeling de hoofdaanvrager. Penvoerder kan een mkb-bedrijf zijn, een brancheorganisatie, een onderwijsinstelling, een O&O-fonds of een werkgevers- of werknemersvereniging. Een brancheorganisatie kan alleen penvoerder zijn als ze vóór 1 januari 2020 is opgericht. Alle partijen tekenen een samenwerkingsovereenkomst waarin ze de penvoerder machtigen om hen te vertegenwoordigen.

Een mkb-bedrijf kan per tijdvak in één SLIM-aanvraag meedoen. Een brancheorganisatie, onderwijsinstelling, O&O-fonds of werkgevers- of werknemersvereniging mag in hetzelfde tijdvak in meerdere samenwerkingsverbanden zitten.

Uitzonderingen

Een grootbedrijf kan meedoen als partij in een samenwerkingsverband, maar niet als penvoerder. Zelf SLIM-subsidie aanvragen kan een grootbedrijf niet. Volgens UVB mag dat een grootbedrijf uit elke sector zijn. De SLIM-regeling legt wel een grens bij het leren en ontwikkelen zelf. Dat vindt plaats in een mkb-bedrijf of in een grootbedrijf in de landbouw, horeca of recreatie. Een grootbedrijf uit een andere sector kan dus meedoen, maar het project is niet bedoeld voor zijn eigen medewerkers. Het project moet vooral de mkb-bedrijven ten goede komen.

Hoeveel krijgt een samenwerkings­verband?

Een samenwerkingsverband krijgt 60% van de subsidiabele kosten voor de doorlichting en de leer- en ontwikkelmethode. Voor elk afgerond loopbaan- of ontwikkeladvies komt daar een vast bedrag van € 700 bij. Subsidiabele kosten zijn de kosten die UVB meetelt. Dat zijn facturen van externe partijen en de loonkosten van eigen medewerkers die aan het project werken, plus een toeslag van 15% voor overige kosten.

De subsidie is samen hooguit € 500.000 per aanvraag. Geen enkele partij kan € 200.000 of meer krijgen. In de landbouw is het maximum per partij € 20.000. In de visserij is het € 30.000, en in het goederenvervoer over de weg € 100.000. Daar staat een ondergrens tegenover: het project van een samenwerkingsverband heeft minstens € 210.000 aan subsidiabele kosten.

De SLIM-subsidie is de-minimissteun. Dat is steun die de Europese Unie toestaat tot € 300.000 per onderneming over drie jaar. Daarom hoort bij de aanvraag een de-minimisverklaring.

KerncijfersSLIM-regeling

60%

van de kosten van een doorlichting en een leer- en ontwikkelmethode

€ 500.000maximum per aanvraag

Loopbaan­advies, per afgerond traject
€ 700

Deze cijfers staan in de SLIM-regeling, die tot 1 januari 2030 geldt. Ze golden in 2026 en gelden in 2027 ook, tenzij de minister de regeling vóór het volgende tijdvak wijzigt.

Bron: SLIM-regeling (wetten.overheid.nl), uitvoering UVB · cijfers gecontroleerd 14 oktober 2026

Rekenvoorbeeld: branche­organisatie met vijf winkel­bedrijven

Een brancheorganisatie in de detailhandel ontwikkelt met vijf mkb-winkelbedrijven een systeem van ontwikkelgesprekken voor het winkelpersoneel (activiteit C). Elk winkelbedrijf laat zich daarbij doorlichten (activiteit A).

Rekenvoorbeeld

Brancheorganisatie met vijf winkelbedrijven

  • Brancheorganisatie is penvoerder
  • Opgericht vóór 1 januari 2020
  • Adviseur € 135 per uur, excl. btw
  • Loonkosten € 33 per uur
  • Geen partij boven 80% van de kosten
  • Geen landbouw, visserij of wegvervoer
  • Geen loopbaanadviezen

Kosten

Doorlichtingen (A)5 × 40 uur × € 135€ 27.000
Begeleiding van de methode (C)600 uur × € 135€ 81.000
Loonkosten medewerkers van de zes partijen (C)3.200 uur × € 33€ 105.600
Toeslag overige kosten15% × € 213.600€ 32.040
Subsidiabele kosten€ 245.640
SLIM-subsidie60% × € 245.640€ 147.384

Eigen berekening. De loonkosten zijn € 43.000 brutojaarloon zonder vakantiegeld × 1,32 / 1.720 uur. De partijen betalen samen zelf € 245.640 − € 147.384 = € 98.256.

Omdat het project minstens € 210.000 aan kosten heeft, krijgt een samenwerkingsverband altijd minstens € 126.000. Bij de verantwoording hoort dan een controleverklaring van een accountant. De SLIM-regeling telt daarvoor een vast bedrag van € 3.000 als subsidiabele kosten. Volgens UVB is dat een vaste vergoeding van € 3.000. Die zit niet in deze berekening.

Hoe vraag je SLIM aan als samenwerkings­verband?

De penvoerder dient de aanvraag in via mijnuitvoeringvanbeleidszw.nl, het subsidieportaal van UVB. UVB is de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Daarvoor maak je eerst een account aan en registreer je de penvoerder als aanvrager. Die registratie is binnen vijf werkdagen zichtbaar. In 2026 was inloggen met eHerkenning niveau 3 verplicht voor samenwerkingsverbanden. Een adviseur kan namens de penvoerder indienen met een ketenmachtiging in eHerkenning.

Bij de aanvraag hoort de samenwerkingsovereenkomst, getekend door alle partijen, met de machtiging voor de penvoerder. Ook lever je een begroting in waarin staat hoe de kosten over de partijen zijn verdeeld. Verder meld je of je voor dezelfde kosten ergens anders subsidie hebt aangevraagd.

UVB kijkt of het plan haalbaar en nodig is. Een aanvraag waarvan de doelen niet meetbaar zijn of de noodzaak niet is aangetoond, wijst UVB af. Let ook op lopende subsidies. Heeft de penvoerder nog een SLIM-subsidie voor activiteit A of C die niet is vastgesteld, dan wijst UVB de aanvraag af. Heeft een andere partij zo’n lopende subsidie, dan kan UVB die partij uitsluiten. De rest gaat door als er minstens twee mkb-bedrijven overblijven.

Wanneer is het tijdvak voor samenwerkings­verbanden?

In 2026 kon een samenwerkingsverband SLIM-subsidie aanvragen van 22 juni 9.00 uur tot en met 20 juli 2026 17.00 uur. Dat was het enige tijdvak voor samenwerkingsverbanden in 2026. UVB had eerst 8 juni tot en met 6 juli aangekondigd. Het tijdvak schoof twee weken op omdat UVB het budget pas op 3 juni bekendmaakte, 19 dagen voor de nieuwe opening. Er was € 6 miljoen beschikbaar, tegen € 20 miljoen in 2025.

Hoe werkt de loting?

Sinds 2026 verdeelt UVB het budget voor samenwerkingsverbanden door loting, omdat het budget in 2025 al op de eerste dag op was. Komen er meer aanvragen binnen dan er geld is, dan bepaalt een notaris na het sluiten van het tijdvak de volgorde. UVB beoordeelt de aanvragen in die volgorde. Blijft er na de beoordeling geld over, dan komt de volgende aanvraag op de lijst aan de beurt.

Snel indienen helpt daarom niet, volledig indienen wel. Een onvolledige aanvraag gaat na aanvulling achteraan. Dient één aanvrager meerdere soortgelijke aanvragen in, dan doet alleen de eerste mee in de loting. In 2026 was het budget ruim overvraagd. De trekking telde 288 lotnummers, en de eerste 17 daarvan worden in ieder geval beoordeeld. Dat is ongeveer 1 op de 17 (eigen berekening).

17 van de 288 aanvragen kwamen in 2026 aan de beurt

Aan de beurt komen is nog geen toekenning, want UVB beoordeelt de aanvraag daarna inhoudelijk. UVB beslist binnen 13 weken na het sluiten van het tijdvak.

Verantwoording na de toekenning

Het project begint de dag na het besluit van UVB en duurt hooguit 24 maanden. Alleen kosten vanaf die dag tellen mee. Loopt het project buiten jullie schuld uit, dan kan UVB de looptijd met hooguit 3 maanden verlengen.

UVB kan bij de toekenning een voorschot van 25% betalen. Duurt het project langer dan 12 maanden, dan stuurt de penvoerder binnen 8 weken na de eerste 12 maanden een voortgangsverslag. Daarna kan UVB nog eens 50% als voorschot betalen. Voor het voortgangsverslag is geen accountant nodig.

Na afloop vraagt de penvoerder binnen 22 weken de vaststelling aan: de definitieve berekening van de subsidie. Daarbij horen een activiteitenverslag, een financiële bijlage en een evaluatieverslag. Het evaluatieverslag beschrijft wat het samenwerkingsverband heeft gedaan, hoe de uitvoering ging met de lessen daaruit en welke resultaten er zijn. Bij een verleende subsidie van € 125.000 of meer hoort er ook een controleverklaring van een accountant bij volgens het accountantsprotocol SLIM.

Heeft het samenwerkingsverband minder dan 60% van de begrote subsidiabele kosten gemaakt, dan onderzoekt UVB of de subsidie lager wordt of helemaal vervalt. Volgens de vragen en antwoorden van UVB moet je bij de vaststelling ook op minstens € 125.000 subsidie uitkomen. Kom je lager uit, dan kan UVB de subsidie (deels) terugvorderen. Houd daarom vanaf de start een administratie bij met de KvK-nummers van alle deelnemende bedrijven. Leg daarin per activiteit het bewijs vast, zoals een ontwikkelplan of wat de methode heeft opgeleverd. Die administratie bewaar je tot 10 jaar na de vaststelling.

Wat er verandert in 2027

De openstelling voor 2027 is nog niet bekend. Op 16 oktober 2026 had UVB nog geen tijdvak en geen budget voor samenwerkingsverbanden gepubliceerd. In 2026 was er één tijdvak, in juni en juli, maar de regeling schrijft niet voor wanneer het tijdvak valt.

De regels zelf liggen wel vast, want de SLIM-regeling loopt tot 1 januari 2030. De 60%, het maximum van € 500.000, het minimum van € 210.000, de verplichte activiteit C en de loting gelden dus ook in 2027. Dat verandert alleen als de minister de regeling vóór het tijdvak wijzigt.

Over het budget is minder te zeggen. Voor samenwerkingsverbanden daalde het van € 20 miljoen in 2025 naar € 6 miljoen in 2026. In de begroting van het ministerie van SZW voor 2027 zet het ministerie € 10,5 miljoen aan SLIM-geld in om andere uitgaven te dekken. Voor welk jaar dat geldt, staat er niet bij.

Of jullie plan past bij de SLIM-subsidie voor samenwerkingsverbanden en welke partij de penvoerder kan zijn, bespreken we in een kwartiertje kennismaken.

FAQ

Veelgestelde vragen

Mogen partners in een SLIM-samenwerkingsverband elkaar factureren?

Nee. Partners in een SLIM-samenwerkingsverband mogen elkaar geen facturen sturen. Werkt een medewerker van een partner aan het project, dan telt alleen zijn loonkost mee: het brutoloon plus 32%, naar rato van de uren die hij aan het project besteedt. Huurt het samenwerkingsverband een externe adviseur of een ander bedrijf in, dan tellen die facturen wel mee. Voor een adviseur geldt een uurtarief van hooguit € 135 exclusief btw.

Kan een samenwerkingsverband bestaan uit bedrijven uit verschillende sectoren?

Ja. De partners in een SLIM-samenwerkingsverband mogen verschillende SBI-codes hebben: de codes voor de bedrijfstak die bij de KvK staan. Een installatiebedrijf, een zorgaanbieder en een transportbedrijf kunnen dus samen met een roc een leer- en ontwikkelmethode voor hun regio opzetten. In de aanvraag vul je de SBI-code van de hoofdactiviteit in. Er moeten wel altijd minstens twee mkb-bedrijven meedoen die niet met elkaar verbonden zijn.

Mag mijn bedrijf in hetzelfde tijdvak in twee samenwerkingsverbanden zitten?

Nee. Een bedrijf kan per tijdvak in één samenwerkingsverband meedoen. Brancheorganisaties, onderwijsinstellingen, O&O-fondsen en werkgevers- of werknemersverenigingen mogen wel in meerdere samenwerkingsverbanden zitten. Zo staat het in de SLIM-regeling en in de vragen en antwoorden van UVB.

Wat gebeurt er als een partner afhaakt?

Dan dien je binnen de projectperiode een wijzigingsverzoek in bij UVB. Een partner vervangen kan, maar UVB beoordeelt de wijziging opnieuw. Het subsidiebedrag wordt daardoor niet hoger dan UVB eerder toekende.

Bronnen 13

Lees ook